Hoofdstuk 4.2 Ontstaan van de monodie

 

 

Aan het eind van de 16e eeuw komen in Florence ten huize van Graaf Bardi edellieden, musici en dichters bijeen. Zij vormen een academica, Camerata geheten, en stellen zich ten doel de muziek en het theaterleven van de oude Grieken te laten herleven.

Leden van de Camerata Fiorentina, zijn o.a. Emilio de Cavalieri, de musici Vincenzo Galilei, Jacopo Peri en Giulio Caccini. De dichter die tot dit gezelschap behoort is Ottavio Rinuncini. Zij kwamen tot de overtuiging dat de Grieken hun tragedies niet gesproken hadden, maar dat zij hun toneelstukken zingend met begeleiding van een tokkelinstrument hadden opgevoerd.

Het zingen van de Grieken zou geheel in dienst hebben gestaan van een affect-geladen voordracht van de tekst. De Camerata kwamen tot de overtuiging dat de polyfonie geheel ongeschikt was om deze voordracht plaats te doen vinden. Zij zochten naar een manier van musiceren waarbij muziek kon worden gebruikt ten dienste van het weergeven van individueel-menselijke affecten.

Zij gingen over tot een manier van componeren waarbij één vocale solist met een eenvoudig akkoordische begeleiding zijn tekst kon zingen. Dit wordt Monodie genoemd.

Een goed voorbeeld van deze nieuwe stijl van componeren biedt het fragment van Jacopo Peri : O durezza di ferro e di diamante.

 

Jacopo Peri: O durezza di ferro e di diamante

 

Al spoedig werd deze monodie ook op de madrigaal- en motet-compositie toegepast. Zo ontstond het solo-madrigaal en het solo-motet.

 

Giulio Caccini (ca. 1550-1618) komt in 1601 met een bundel solo-madrigalen die hij de uitdagende naam geeft: Nuove Musiche.

 

Giulio Caccini (ca 1550-1618)

 

Pagina uit Nuove Musiche (1601)

 

Giulio Caccini: Amarilli mia bella (Nuove Musiche 1601)

 

Ook Claudio Monteverdi (1567-1643) zal deze nieuwe monodisch stijl in zijn madrigalen en opera's gaan verwerken. Het fragment dat van zijn opera Arianne is over gebleven geeft heel fraai aan hoe de nieuwe stijl het weergeven van verdriet mogelijk maakte.

 

Claudio Monteverdi: Lamento di Arianne

 

Lodivico da Viadana (1564-1645) past de nieuwe manier van componeren vervolgens op het motet toe. Hij komt in 1600 met zijn Concerti Ecclesiastici uit: Motetten voor zangstem met basso continuo.

 

Lodivico da Viadana: O Domine Jesu Christe

 

Alessandro Grandi volgt het voorbeeld van Viadana spoedig na en ook hij gaat monodisch motetten schrijven.

 

Alessandro Grandi: Cantabo Domino

 

Ook Claudio Monteverdi zal motetten in deze stijl gaan schrijven.

 

 

Claudio Monteverdi: Venite, venite

 

Heinrich Schütz (1585-1672) , die begin 17e eeuw Italië tweemaal zal bezoeken en daar kennis maakt met de nieuwe stijl, de monodie, zal deze in de monodisch motetten in Duitsland gaan invoeren.

 

Heinrich Schütz: Eile, mich, Gott